UNESCO kandidatuur
Een ambitie, de UNESCO kandidatuur voor een inschrijving als Werelderfgoed
In 1995, zet Frankrijk de vestingwerken van het noorden van het land, die overeenkomen met de “Pré Carré” van Vauban op de indicatieve lijst van de kandidatuurdossiers voor het Werelderfgoed. De Association Régionale des Villes Fortifiées du Nord Pas de Calais [regionale vereniging van de vestingsteden], gesteund door de CAUE du Nord en zijn workshop over "stedelijke culturen", geeft dan de impuls die nodig is voor de lancering van de eerste reflecties aangaande deze kandidatuur, om hier vervolgens snel een transnationale dimensie aan te geven die vervolgens steunt op de opportuniteit van het Septentrion project, dat terecht onder leiding staat van het Département du Nord, gezien zijn beleid en acties met het oog op de valorisatie van dit erfgoed.
Het gaat erom het culturele gebied te presenteren dat gevormd wordt door een dicht netwerk van voormalige vestingsteden in de laagvlakte van Noordwest Europa, dat getuigt van een sterke specifieke identiteit, en dat het noorden van Frankrijk, België en het zuiden van Nederland betreft. Dit geheel vormt een stedelijk ecosysteem met een buitengewone universele waarde, waarvan alle bijzondere bestanddelen naar buiten moeten worden uitgedragen om een toekomst te garanderen die het verleden eer aandoet.
Een Europees erfogoed dat wereldwijd gepromoot moet worden
Deze aanpak wil een innoverende methode en dimensie aanbrengen:
- Hij moet het mogelijk maken het bijzondere erfgoed van de vestingsteden te betrekken bij de preoccupaties van de hedendaagse stad en de inzet op het gebied van inrichting, waarbij noodzakelijkerwijs rekening moet worden gehouden met de culturele, landschappelijke en milieutechnische dimensies die een directe band hebben met de levenswijzen van de bewoners en compatibel zijn met de doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling. Er moeten tevens middelen gevonden worden om de bevolking hierbij te betrekken.
- Op het gebied van de historische en wetenschappelijke argumenten heeft dit gebied qua erfgoed een structuur een specificiteit die een voorbeeldfunctie en representatief karakter hebben.
Het vormt een grote “grenszone” zonder andere sterke natuurlijke barrières dan de zee, is gevestigd op de kruising van de grote Europese mogendheden, en kan gedefinieerd worden als “het slagveld van Europa” en tegenwoordig de bevoorrechte plaats voor de constructie van het gepacificeerde Europa.
In de XVIe en de XVIIe eeuw werd dit gebied, waar geopolitiek gezien veel op het spel stond, een groot experimenteerterrein voor de oorlogskunst en de versterking van steden, met de organisatie van technische knowhow op grote schaal, die in dienst van de militaire engineering werd gesteld, van theoretische verdragen en nieuwe stedelijke modellen, die onder andere uit Italië geïmporteerd werden. De experimenten die in het moderne tijdperk in dit gebied gevoerd werden hebben een exportmodel van de koloniale vestingstad opgeleverd, met name voor de Nieuwe Wereld. Dit duurzame experiment in een homogeen gebied (fysische geografie) dat zowel de conceptie van de verdedigingsstructuren als die van de stad betreft, ten behoeve van de uitwerking van een globaal systeem en van theoretische modellen, vormt wereldwijd een bijzondere situatie.
Dit model van een Europese stad waarin traditie, confrontatie en innovatie gecombineerd worden moet dus via het Unesco label wereldwijd erkend en gepromoot worden.

